WERKWOORD

    vervoegen Ik loop naar huis. Hij is morgen jarig. Zij schrijft een e-mail. regelmatige werkwoorden Hij werkte in een fabriek. Ze renden weg. Hij nam een omweg. tegenwoordige tijd Hij schijnt erg aardig. Jij werkt hard. Ik werk in een fabriek. onvoltooid verleden tijd Hij ging het huis binnen. Zij danste bij een […]

POJĘCIA GRAMATYCZNE

Dziś wpis związany z pojęciami gramatycznymi. Poniżej znajdziecie wykaz podstawowych pojęć gramatycznych i ich nazwy (odpowiedniki w języku polskim). Jeśli coś pominęliśmy lub jest nie zrozumiałe dajcie znać w komentarz lub pod adresem mailowym: blog@lekcjaholenderskiego.nl * * * lidwoord – rodzajnik bepaald – określony onbepaald – nieokreślony zelfstandig naamwoord – rzeczownik verkleinwoord – zdrobnienie bijvoeglijk […]

CZASOWNIKI NIEREGULARNE V-Z

Litera V verzinnen  –  verzon /verzonnen  –  verzonnen vallen  –  viel /vielen  –  gevallen vangen  –  ving /vingen  –  gevangen varen  –  voer /voeren  –  gevaren vechten  –  vocht /vochten  –  gevochten verbieden  –  verbood /verboden  –  verboden verbinden  –  verbond /verbonden  –  verbonden verdrinken  –  verdronk /verdronken  –  verdronken verdwijnen  –  verdween /verdwenen  –  […]

CZASOWNIKI NIEREGULARNE S-U

Litera S schelden  –  schold /scholden  –  gescholde schenden  –  schond /schonden   –  geschonden schenken  –  schonk /schonken  –  geschonken scheppen  –  schiep /schiepen  –  geschapen schieten  –  schoot /schoten  –  geschoten schijnen  –  scheen /schenen  –  geschenen schijten  –  scheet /scheten  –  gescheten schrijden  –  schreed /schreden  –  geschreden schrijven  –  schreef /schreven  –  […]

CZASOWNIKI NIEREGULARNE P-R

Litera P plegen  –  placht /plachten  –  gepleegd prijzen  –  prees /prezen  –  geprezen Litera R raden  –  ried /rieden  –  geraden rijden  –  reed /reden  –  gereden rijzen  –  rees /rezen  –  gerezen roepen  –  riep /riepen  –  geroepen ruiken  –  rook /roken  –  geroken

ŁAMACZE 5

1 Er schreed een snip over ‘t schip, die sneed met zijn bek ‘t spek van ‘t spit. Wie zag er ooit een snip schrijden en met zijn bek ‘t spek van ‘t spit snijden, zoals deze snip deed, die over het schip schreed en met zijn bek ‘t spek van ‘t spit sneed.   […]

CZASOWNIKI NIEREGULARNE M-O

Litera M mijden  –  meed /meden –  gemeden moeten  –  moest /moesten  –  gemoeten mogen  –  mocht /mochten  –  gemogen Litera N nemen  –  nam /namen  –  genomen Litera O ontbijten  –  ontbeet /ontbeten  –  ontbeten

ŁAMACZE 4

1 Je niest niet als je niet niest Hansje hijgde hijgend van het harde hollen Grote grutte wat een grote grot is dat Bruine beren bibberen buiten in het bruine berenbos   2 Kriegelig kocht Krelis kilo’s kruimige krieltjes.   3 In Lekkerkerk staat een kerker. Ik bedoelde de erker van de kerk van de […]