ĆWICZENIE: ODMIANA CZASOWNIKÓW NR 12

Odmień prawidłowo czasownik. Uwaga! niektóre zdania są z wyższego poziomu! 1 De pap stond aan te (branden)  ………… . 2 Ook de boontjes (aanbranden) ………… aan. 3 (Aanbranden) ………… pap lust ik niet. 4 Cora (lossen) ………… de puzzel in tien minuten op. 5 Zij stuurde de (oplossen) ………… puzzel meteen in. 6 De officier van justitie (dagvaarden) ………… vier getuigen. 7 De (dagvaarden) ………… getuigen verklaarden, dat zij de […]

ĆWICZENIE: ODMIANA CZASOWNIKÓW NR 11

Odmień prawidłowo czasownik. Uwaga! niektóre zdania są z wyższego poziomu! 1 Ik (beantwoorden) ………… de brief onmiddellijk. 2 De vraag is niet te (beantwoorden) ………… . 3 De (beantwoorden) ………… brieven werden door de directeur getekend. 4 Iedereen (verwachten) ………… dat zij niet langer zou (wachten)………… . 5 Dat antwoord was te (verwachten) ………… . 6 De (verwachten) ………… nederlaag liet niet lang op zich (wachten) ………… . 7 Een […]

ĆWICZENIE: ODMIANA CZASOWNIKÓW NR 10

Wstaw prawidłowo odmieniony czasownik: ……. (kleden) je je nog om vooraleer we naar huis gaan? Dat ……. (verdienen) een bloemetje, ……. (vinden) wij! Door veel te lezen ……. (verbreden) je je kijk op de situatie. ……. (verzenden) jij deze brief nu nog, a.u.b.? Ik vraag me af of ze van me ……. (houden). ……. (laden) de verhuisfirma alle meubels in? ……. (raden) eens wat ik vanavond doe! Mijn vader ……. (verbieden) […]

ĆWICZENIE: ODMIANA CZASOWNIKÓW NR 9

Wstaw prawidłowo odmieniony czasownik: Hij ……. (telen) plantjes en ……. (worden) nog eens betrapt!  ……. (dragen) jij dit project een warm hart toe? Weet jij hoeveel het eetfestijn onze bedrijf ……. (opleveren)? Zijn blik ……. (dwalen) weg. Wij ……. (vinden) dat ze er bleekjes uitziet. Ik ……. (vermijden) Markus zo veel als ik kan. ……. (lijden) jij ook onder deze situatie? ……. (halen) jij de post binnen? Wie ……. (dirigeren) het orkest tijdens […]

ĆWICZENIE: ODMIANA CZASOWNIKÓW NR 8

Wstaw prawidłowo odmieniony czasownik: Deze bedrijf ……. (bieden) zijn klanten altijd vele interessante promoties aan! ……. (aanvaarden) de directie zo’n brutaliteit? Nee, toch!? Ik ……. (vervelen) me al de hele week. De terroristenbende ……. (bewapenen) zich met wapens die op de zwarte markt worden verkocht. Tegenwoordig ……. (smeren) Marcin toch wel erg veel boter op zijn boterham! Ik ……. (aanvaarden) het niet langer dat jullie me zo ……. (bedriegen). ……. […]

ĆWICZENIE: ODMIANA CZASOWNIKA WORDEN

Wstaw prawidłowo odmieniony czasownik:worden Je ………. gisteren gepest. Ik ………. leraar. Hij wil politieagent ………. . Piotr ………. acuter.  ………. je ziek? Je ………. ziek?  ………. hij brandweerman? Marek………. huisarts. ………. jij in toekomst een dokter?  ………. je tante boos?  ………. je echt een docent? ………. Karol ook blij? ………. je gek man? Powodzenia w tym bardzo prostym zadaniu 🙂 TEAM LEKCJA HOLENDERSKIEGO

ĆWICZENIE: ODMIANA CZASOWNIKA VINDEN

Wstaw prawidłowo odmieniony czasownik: vinden Hij ………. dit niets. Jullie ………. dit mooi. ………. Michał dat leuk? ………. jij het leuk? ………. je zus het leuk? ………. je dat ook? Stefan ………. jou leuk. ………. Julia dat echt? ………. ik dat ook? Ik ………. dit saai! Dus ………. wij dit niks. Wie ………. dat we moeten stoppen? Powodzenia w tym bardzo prostym zadaniu 🙂 TEAM LEKCJA HOLENDERSKIEGO

ĆWICZENIE: ODMIANA CZASOWNIKÓW NR 7

Wstaw prawidłowo odmieniony czasownik: Jonne (vermijden) …………… hem nog steeds. Hij (vermoeden) …………… dat ze een ander heeft. (Worden) …………… ik weer overgeslagen? (Houden) …………… je meer van vis? De boot (bevinden) …………… zich in ondiep water. Deze filmster …………… (baden) in luxe! De bromfietster …………… (flitsen) voorbij. Die …………… (worden) zeker beboet! …………… (worden) jij vandaag 18 jaar? Proficiat! De moeder …………… (voeden) haar kleine baby. Napiszcie swoje odpowiedzi […]

ĆWICZENIE: ODMIANA CZASOWNIKÓW NR 6

Wstaw prawidłowo odmieniony czasownik: In mijn vrije tijd (verspreiden) …………… ik folders. (Binden) …………… jij de koffers op het dak? (Aanvaard) …………… je die opdracht niet?  Hij (onderhandelen) …………… over vrije tijd. (Treden) …………… de politie niet te hard op? Het (gebeuren) …………… steeds weer. Ze (verspreiden) …………… een gerucht. Deze waarzegster …………… (voorspellen) je toekomst in een handomdraai!  …………… (stijgen) de temperatuur in de kamer niet te veel?  …………… (worden) […]

ĆWICZENIE: ODMIANA CZASOWNIKÓW NR 5

Wstaw prawidłowo odmieniony czasownik: (Melden) …………… jij je even af bij je mentor. Patrycja (verbeteren) …………… haar werk. Wat (verbeelden) …………… hij zich wel. Adam (verduisteren) …………… het lokaal. Het huis (branden) …………… helemaal af.  Heb je gezien hoe erg goed hij (rijden) …………… . Marek (worden) …………… nooit boos. Wat …………… (verdienen) je met deze vakantiewerk? Het ruimteveer …………… (landen) op de maan. De benzineprijzen …………… (dalen) al lang […]

ĆWICZENIE: ODMIANA CZASOWNIKÓW NR 4

Wstaw prawidłowo odmieniony czasownik: Is het waar dat Jan van jou (houden) …………… . Vraag eens wat zij (bieden) …………… . (Vermelden) …………… jij je postcode wel? Afrika (strijden) …………… nog steeds voor onrecht. Die brief (zenden) …………… ik niet aan haar. Er (woeden) …………… een orkaan Mark en ik …………… (vermijden) zo’n discussies liever. …………… (missen) je me ook? De vrachtwagen …………… (rammen) de kleine bestelwagen. Je …………… (schamen) […]

ĆWICZENIE: ODMIANA CZASOWNIKÓW NR 3

Odmień prawidłowo czasownik: (verbinden) ……… je haar voet even? (schelden) ……… je broer net zo hard? Hij (wennen) ……… nooit aan dit werk. Hoe (redden) ……… jij je daar uit? Hoe (onderscheiden) ……… je Tamara van Dominik? Er (worden) ……… beweerd dat we vrij zijn. Het Stromenland (uitbreiden) ……… uit. Ik (benijden) ……… je je werk niet. Jullie (vermoeden) ……… onraad. (Baden) ……… zij iedere ochtend in de zee? Anders […]