LITERA – J

ja – je zegt dit woord als antwoord als je iets zo vindt als gevraagd wordt het jaar – periode van twaalf maanden of periode van 1 januari tot en met 31 december jagen – (dieren) proberen te vangen of (iets of iemand) proberen te verwerven of dwingen te gaan in de richting van de jas – kledingstuk voor buiten, over je bovenkleren jij – degene tegen wie je praat […]

LITERA – I

de / het idee – wat je (over iets of iemand) denkt of wat je ineens bedenkt ieder – je zegt dit woord als je alles en iedereen bedoelt iedereen – alle personen iemand – persoon zonder dat je weet wie iets – niet veel, niet zo erg of als je niet weet of wil zeggen waar het precies over gaat het ijs – bevroren water of bevroren lekkernij het […]

LITERA – H

de haan – mannelijke kip de haar – elk van de dunne buigzame sliertjes die uit je lichaam groeien, vooral op je hoofd / haar – je gebruikt dit woord als je over een vrouw praat haast – nog net niet helemaal of snel iets moeten doen de hal – ruimte achter de voordeur of zeer grote overdekte ruimte halen – er naar toe gaan en het meenemen of erin […]

LITERA – G

gaan – bewegen en daardoor van plaats veranderen of beginnen met een handeling of kunnen, mogelijk zijn of passen of zich ontwikkelen, verlopen het gat – ruimte die niet gevuld is of achterwerk, billen of kleine plaats, klein dorp gebeuren – iets wat plaatsvindt de gebeurtenis – iets dat gebeurt het gebied – stuk land of alles wat bij een bepaald onderwerp hoort de geboorte – moment dat een kind […]

LITERA – F

falen – niet het verwachte resultaat opleveren de familie – alle bloedverwanten samen: vader, moeder, etc. het feest – bijeenkomst om een vrolijke gebeurtenis te vieren of (jaarlijkse) herdenking van een vrolijke of bijzondere gebeurtenis het feit – iets waarvan zeker is dat het gebeurd is of dat het waar is fel – hevig of sterk of met veel emoties of zeer opvallend fijn – van kleine of dunne deeltjes […]

LITERA – E

Litera E echt – niet vals, geen namaak of werkelijk, heus een – woord dat voor een enkelvoudig zelfstandig naamwoord staat zonder het precies aan te geven één – het cijfer 1 de eend – watervogel met platte snavel eenheid – de basis van meten en tellen of wat niet verdeeld is of afzonderlijke organisatie in het leger eenzaam – situatie waarin andere mensen zich niet om je bekommeren of […]

LITERA – D

Litera D daar – op die plaats of er wordt een reden of argument genoemd daarom – om die reden, vanwege die oorzaak de dag – tijd van middernacht tot middernacht, 24 uur of tijd waarin het licht is / dag  – wat je zegt als begroeting of als afscheid dan – gebruik je bij een vergelijking of na woorden zoals ander en anders dansen – mooie bewegingen maken op de maat […]

LITERA – C

Litera C het cadeau – wat je zo maar krijgt van iemand de chocolade – is bruin snoep waar cacao en suike in zit de cirkel – is een gesloten ronde lijn comfortabel – gerieflijk en aangenaam compleet – waaraan niets of niemand ontbreekt de computer – is eenapparaat waarmee je kunt rekenen, schrijven en spelen conditie – toestand van je lichaam de controle – het kijken of iets in […]

LITERA – B

Litera – B de baan – als je een baan hebt, doe je werk waarmee je geld verdient; een baan is een weg of terrein waarop je sport of rijdt de baby – is een ind totdat het ongeveer een jaar oud is het bad – grote bak waar je in kunt zitten of liggen om je te wassen; keer dat je in bad gaat de bal – is een […]

LITERA – A

Litera: A aan – dit woord gebruik je om uit te drukken dat iets met iets verbonden wordt, bezig met, in werking, het is aan tussen hen, op of om je lichaam het aanbod – de dingen die aangeboden worden aanraken – met je vingers tegen iets aan komen de aanval – een actie om te voordeel te krijgen, een poging om door woorden of geweld van iemand te winnen […]