DNI TYGODNIA – ĆWICZENIE

Ostatnio były dni tygodnia, to warto je teraz powtórzyć 🙂 Powtórka w wersji prostych pytań:

  1. Wat komt eerder, dinsdag of donderdag ? ____________
  2. Nu is het donderdag, welke dag was het gisteren? ____________
  3. Het is nu vrijdag… eergisteren was het? ____________
  4. Het is vandaag zaterdag… overmorgen is het…? ____________
  5. Wat is de eerste dag van de week? ____________
  6. Nu is het zaterdag, welke dag was het gisteren? ____________
  7. Wat is de laatste dag van de week? ____________
  8. Het is nu zaterdag… eergisteren was het? ____________
  9. Wat komt eerder, zaterdag of zondag ? ____________
  10. Nu is het woensdag, welke dag was het gisteren? ____________
  11. Het is vandaag maandag… overmorgen is het…? ____________
  12. Nu is het maandag, welke dag was het gisteren? ____________

Mamy nadzieję, że wszystkie odpowiedzi padły z głowy i bez większego problemu!

Powodzenia!

reklama
reklama

Dodaj komentarz

Twój adres e-mail nie zostanie opublikowany. Wymagane pola są oznaczone *