WYBIERZ POPRAWNĄ ODPOWIEDŹ NR 3

Z tekstu wyjeliśmy wybrane czasowniki i przywróciliśmy je do formy bezokolicznika (tzn. formy słownikowej). Wasze zadanie polega na wybraniu poprawnej odpowiedzi, czyli wskazania, która forma jest poprawna:

* * *

koopoptie

Het onherroepelijke aanbod van de verhuurder om met de huurder een koopovereenkomst te …. (1. sluiten) terzake van het gehuurde zodra de huurder deze optie inroept.

In huurcontracten …. (2. worden) soms een koopoptie opgenomen. Op grond van deze optie …. (3. zijn) een verhuurder verplicht het gehuurde te verkopen aan de huurder zodra de huurder dit …. (4. willen). Vaak staan in de huurovereenkomst de voorwaarden waaronder de optie …. (5. kunnen) worden ingeroepen: de duur van de optie en soms de prijs.

Optiebeding koopoptie

De koopoptie …. (6. zijn) een optiebeding. De koopoptie onderscheidt zich van het voorkeursrecht in die zin dat bij de koopoptie de koopovereenkomst reeds tot stand …. (7. komen) doordat de huurder aangeeft de optie in te roepen. Bij een voorkeursrecht …. (8. hebben) de verhuurder geen verplichting het verhuurde te verkopen.

źródło: www.amsadvocaten.nl

1. sluiten

a. sluit b. sluitt c. sluiten

2. worden

a. woordt b. wordt c. worden

3. zijn

a. is b. bent c. ben

4. willen

a. will b. wil c. wilt

5. kunnen

a. kun b. kan c. kunnen

6. zijn

a. is b. ist c. zijn

7. komen

a. komt b. komen c. kom

8. hebben

a. hebt b. heeft c. hebben

Powodzenia 🙂

Dodaj komentarz

Twój adres e-mail nie zostanie opublikowany. Wymagane pola są oznaczone *