SŁÓWKO TYGODNIA: DE RECHTBANK

Przez najbliższy czas (tak jak ostanio pisaliśmy) wrzucimy trochę słówek związanych z prawem, administracją i w póżniejsze kolejności medycyną. Dziś słówko określające miejsce do którego nie chcielibyśmy abyście musieli trafić kiedykolwiek 🙂 De rechtbank, czyli sąd. Dajcie znać które słówka z tej kategorii chcecie zobaczyc w cyklu słóko tygodnia. Czy w komentarzu czy to w wiadomości prywatenej 🙂

Przechodzimy do tłumaczenia słownikowego:

de rechtbank – instelling waar rechters beoordelen of iemand schuldig is aan een misdrijf en welke straf hij of zij krijgt

* * *

Ik zie je in de rechtbank. – Do zobaczenia w sądzie.

Dit is een rechtbank. – To jest sąd.

Ik maak hem af in de rechtbank. – Załatwię go w sądzie.

Ga je naar de rechtbank? – Idziesz do sądu?

Je zei wat anders in de rechtbank. – Powiedziałeś coś innego w sądzie.

De rechtbank is morgen om acht uur open. – Sąd jest otawry jutro o 8.

Jij moet de rechtbank overtuigen van je onschuld. – Ty musisz przekonać sąd do swojej niewinności.

De rechtbank was het er niet mee eens. – Sąd nie zgodził się. (w domyśle: nie przyznał nam racji)

Het spijt me, maar de rechtbank heeft al beslist. – Przykro mi bardzo, ale sąd już zdecydował o wszystkim.

Ik kijk uit naar mijn dag in de rechtbank. – Czekam na mój dzień w sądzie.

* * *

Dziejsze ćwiczenie to ciąg dalszy z poprzedniego tygodnia 🙂 Zadanie polaga na wstawieniu poprawnie odmienionych czaswoników w poniższym tekście. Tekst jest ciągiem dalszym tego z poprzedniego tygodnia 🙂 Zadanie nr 2 zwiázane z tekstem: wybierzcie 10-15 słówek z tekstu i ułóżcie z nimi zdanie i zdanie z zaprzeczenie.

De Rechtbank

2.2 De Rechtbank …………. (overwegen):

6. De rechtbank stelt vast dat volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep ook in het kader van de toepassing van artikel 3 van de sociale werknemersverzekeringswetten, doorslaggevend derogerend gewicht ……….. (moeten) ……….. (worden) toegekend aan de speciale, nauw omschreven dwingende regeling voor de totstandkoming van de specifieke arbeidsrelatie in het Wetboek van Koophandel.

Niet in geschil is dat eiser – voorafgaande aan het verrichten van de werkzaamheden ten behoeve van D – geen schriftelijke arbeidsovereenkomst met D heeft gesloten, zodat eiser niet …………. (kunnen) ………… (worden) geacht ……….. (zijn) werkzaamheden te …………… (hebben) verricht als uitvloeisel van een geldige arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. (…)

2.3 De Rechtbank ………….. (hebben) vervolgens het beroep ongegrond verklaard.

De CRvB

2.4 De CRvB overweegt:

4.1. Vaststaat dat appellant – voorafgaande aan het verrichten van werkzaamheden – geen schriftelijke arbeidsovereenkomst met D …………… (hebben) gesloten. Dit betekent dat appellant, gelet op hetgeen is bepaald in de artikelen 396 en 398 van het Wetboek van Koophandel (WvK), …………. (zijn)  werkzaamheden niet ……….. (hebben) verricht als uitvloeisel van een geldige arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.

4.2. Het ……….. (zijn) vaste rechtspraak van de Raad dat ook in het kader van de toepassing van artikel 3 van de sociale werknemersverzekeringswetten doorslaggevend derogerend gewicht …………. (moeten) ………… (worden) toegekend aan de speciale, nauw omschreven dwingende bepalingen voor de totstandkoming van de specifieke arbeidsrelatie van de schepeling in het WvK (CRvB 19 juli 2001, LJN AB3241).

4.3. Het beroep dat appellant …………. (hebben) gedaan op het in rechtsoverweging 3 genoemd arrest [CvB: het arrest van de Hoge Raad genoemd in onderdeel 3.2 van deze conclusie] en dat kort samengevat hierop neerkomt dat het Uwv zich niet ………… (mogen) beroepen op de afwezigheid van een schriftelijke arbeidsovereenkomst, omdat het in artikel 398 van het WvK opgenomen vormvoorschrift niet strekt tot bescherming van een niet bij de arbeidsovereenkomst betrokken partij, ………….. (kunnen) naar het oordeel van de Raad geen doel treffen. Het Uwv dient bij de uitoefening van zijn wettelijke taak, namelijk de uitvoering, voor zover aan hem opgedragen, van de sociale werknemersverzekeringswetten acht te …………. (slaan) op alle relevante voorschriften, waaronder ook artikel 398 van het WvK. In zoverre …………… (zijn) de positie van het Uwv niet op één lijn te ……….. (stellen) met die van de derde waarop het arrest van de Hoge Raad betrekking had.

2.5 De CRvB ………….. (hebben) vervolgens het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.

3. Cassatie

3.1 Belanghebbende …………. (hebben) tijdig en op overigens regelmatige wijze beroep in cassatie ingesteld. Het UWV …………. (hebben) een verweerschrift ingediend. Belanghebbende …………. (hebben) een schriftelijke toelichting overgelegd, waarop het UWV ……………. (hebben) gereageerd.

3.2 Belanghebbende klaagt er over dat de CRvB artikel 3 Ziektewet, artikel 398 Wetboek van Koophandel en het arrest van de Hoge Raad van 23 januari 2009, nr. C07/171HR (Zehnpfenning / Framroad) heeft geschonden.

4. Een civiele procedure

4.1 Belanghebbende ………… (hebben) een civiele procedure tegen D gevoerd met instelling van drie vorderingen. Hij vorderde (i) dat D …………. (worden) veroordeeld tot het aangaan van een schriftelijke arbeidsovereenkomst met hem, (ii) dat de uitspraak van de rechter in de plaats treedt van de schriftelijke arbeidsovereenkomst die D met hem had ……………. (moeten) ……………. (sluiten) en (iii) dat D de schade vergoedt die hij wegens het ontbreken van de schriftelijke arbeidsovereenkomst …………… (hebben) geleden. Rechtbank Rotterdam, sector civiel(4) (hierna: Rechtbank, sector civiel), ……………. (zijn) van oordeel dat D onrechtmatig …………. (hebben) gehandeld doordat zij ………….. (hebben) verzuimd een schriftelijke arbeidsovereenkomst met hem aan te gaan en hem toch werkzaamheden ………….. (hebben) laten verrichten gelijk aan die van een schepeling, en wijst daarom de eerste vordering toe. De tweede vordering ………… (wijzen) zij echter af. Zij overwoog:

3.16 De (…) vordering om te …………….. (bepalen) dat de onderhavige uitspraak op de voet van artikel 3:300 lid 2 BW in de plaats treedt van de schriftelijke arbeidsovereenkomst die D met X had behoren te ……….. (sluiten) ………… (worden) afgewezen, reeds bij gebreke van duidelijkheid over de precieze inhoud van de arbeidsovereenkomst tussen D en X. Dat zich bij de stukken een concept-arbeidsovereenkomst …………. (bevinden)tussen X en G(5) “as agent for F AS” …………… (maken) het voorgaande niet anders, reeds omdat dit een concept-arbeidsovereenkomst tussen andere partijen ………… (zijn).

Rechtbank, sector civiel, wijst de derde vordering eveneens af omdat belanghebbende naar haar oordeel niet aannemelijk …………….. (hebben) gemaakt dat hij enig financieel nadeel …………… (hebben) geleden of zal lijden als gevolg van het onrechtmatige handelen van D.

* * *

I zadanie nr 2! Wypiszcie wszystkie czasowniki w czasie przeszłym, przekształcie na czas terażniejszy i zbudujcie zdania z nimi zdania w czasie przyszłum. Chyba bardziej zakręcić sie nie da 🙂

Powodzenia w nauce! Jak macie chwile zajrzyjcie do nas na Instagram 🙂

TEAM LEKCJA HOLENDERSKIEGO

Dodaj komentarz

Twój adres email nie zostanie opublikowany.