SŁÓWKO TYGODNIA: MAKEN

Jak wiadomo raz na jakiś czas w serii #słówkotygodnia pojawia się czasownik. Tym razem mamy dla Was popularny czasownik: maken, czyli robić. Jego odmianę znajdziecie tu:

odmiana czasownika maken

Jak tradycja nakazuje zaczynamy od słownikowego tłumaczenia:

maken – weer in orde brengen, zorgen dat het heel wordt of zorgen dat iemand iets wordt of in elkaar zetten, laten ontstaan

* * *

Czas na kilka niderlandzkich zdań, pytań z maken:

Ik maak een uitzondering. – Zrobię wyjątek. 

Ik maak je gelukkig. – Sprawię, że będziesz zadowolony.

Maak je geen zorgen! – Nie zamartwiaj się!

Ik maak het best. – Zrobię jak najlepiej.

Morgen maak ik ontbijt. – Jutro zrobię śniadanie.

Dat maakt niet uit. – To nie ma znaczenia. (to jest bez znaczenia)

Je vriend maakt rommel. – Twój przyjaciel robi bałagan.

Hij maakt de regels. – On robi (tworzy) reguły.

Wat maakt die open? – Kto to otworzy?

Wie maakt het avondeten? – Kto robi obiado-kolacje?

Hij maakt haar af. – On ją wykończa.

We maken allemaal fouten. – (my) wszyscy popełniamy błędy.

* * *

Kilka powiedzeń z słówkiem maken:

er het beste van maken – pomimo problemów, spróbować dobrze zrobić

grappen maken – zaczynać żartować

fouten maken- rzeczy źle robić

er niet veel van maken – robić niepoprawnie

er geen gewoonte van maken – nie zaczęsto tak robić

in de maak zijn – zlecić wykonanie

dat zal wel in de maak blijven – z tego nigdy nic nie będzie 

* * *

I ćwiczenie:

Dziś uzupełniamy czasowniki w tekscie. Poniżej lista z czasownikami, które trzeba użyc wstawić w tekst:

hebben – willen – zijn – nemen – gaan – zitten – hebben – laten – moeten – gaan – willen – moeten – zijn – werken – mogen – zetten – spreken – moeten – kunnen – staan – hoeven – hebben – mogen – kunnen – zitten

* * *

Ik ……………….. ontslag …………………. .

Wat ……………. mijn opzegtermijn?

Uw opzegtermijn hangt af van de duur van uw contract. En of u nog in uw proeftijd ………………… . Maar ook van eventuele afspraken met uw werkgever.

Opzegtermijn met vast contract

…………………….. u een contract voor onbepaalde tijd? Dan ……………….. u een opzegtermijn van 1 maand. Dit betekent dat u 1 maand van te voren uw contract ………………………… opzeggen. Het …………………… om een kalendermaand. De opzegtermijn …………………. in vanaf de 1e van de volgende maand. Stel: u ………………. per 1 april uit dienst, dan ……………… u uw contract uiterlijk voor 1 maart schriftelijk opzeggen. In de maand maart moet u dan gewoon nog …………………… .

Langere opzegtermijn

U ……………………… een langere opzegtermijn afspreken met uw werkgever. Deze afspraak moet u dan in uw contract laten ……………… . Uw opzegtermijn mag niet langer zijn dan 6 maanden. ………………… uw opzegtermijn langer dan 1 maand? Dan moet die van uw werkgever 2 keer zo lang zijn. Stel: u ……………………… een opzegtermijn af van 5 maanden. Dan …………….. uw werkgever zich houden aan een opzegtermijn van 10 maanden.

Kortere opzegtermijn

U mag een kortere opzegtermijn afspreken met uw werkgever als dit in uw cao ……………… . Deze afspraak ………………… u niet in uw contract te laten zetten.

Opzegtermijn met tijdelijk contract

……………… u een contract voor bepaalde tijd? Bijvoorbeeld een contract voor 1 jaar of 6 maanden? Dan eindigt uw contract vanzelf op de afgesproken einddatum. U heeft in dit geval geen opzegtermijn. Eerder opzeggen U ……………….. met uw werkgever afspreken dat u uw contract eerder ……………….. opzeggen. Deze afspraak moet u dan in uw contract …………….. zetten.

Opzegtermijn in proeftijd

……………… u nog in uw proeftijd? Dan heeft u geen opzegtermijn. U ……………. per direct ontslag nemen en uw contract opzeggen. Uw dienstverband stopt dan meteen.

* * *

Odpowiedzi jak zwykle w komentarzu 🙂 Ciekawi jesteśmy jak Wam poszło w tym wypadku??

Pozdrawiam i tradycyjnie zachęcamy do nauki niderlandzkiego, czyli inwestowania w siebie!

TEAM LEKCJA HOLENDERSKIEGO

1 thought on “SŁÓWKO TYGODNIA: MAKEN”

  1. Poniżej znajdziecie tekst z poprawnie wstawionymi czasownikami, tekst pochodzi ze strony rijksoverheid:

    Ik wil ontslag nemen. Wat is mijn opzegtermijn?

    Uw opzegtermijn hangt af van de duur van uw contract. En of u nog in uw proeftijd zit. Maar ook van eventuele afspraken met uw werkgever.

    Opzegtermijn met vast contract
    Heeft u een contract voor onbepaalde tijd? Dan heeft u een opzegtermijn van 1 maand. Dit betekent dat u 1 maand van te voren uw contract moet opzeggen. Het gaat om een kalendermaand. De opzegtermijn gaat in vanaf de 1e van de volgende maand.Stel: u wilt per 1 april uit dienst, dan moet u uw contract uiterlijk voor 1 maart schriftelijk opzeggen. In de maand maart moet u dan gewoon nog werken.

    Langere opzegtermijn
    U mag een langere opzegtermijn afspreken met uw werkgever. Deze afspraak moet u dan in uw contract laten zetten. Uw opzegtermijn mag niet langer zijn dan 6 maanden. Is uw opzegtermijn langer dan 1 maand? Dan moet die van uw werkgever 2 keer zo lang zijn. Stel: u spreekt een opzegtermijn af van 5 maanden. Dan moet uw werkgever zich houden aan een opzegtermijn van 10 maanden.

    Kortere opzegtermijn
    U mag een kortere opzegtermijn afspreken met uw werkgever als dit in uw cao staat. Deze afspraak hoeft u niet in uw contract te laten zetten.
    Opzegtermijn met tijdelijk contract

    Heeft u een contract voor bepaalde tijd? Bijvoorbeeld een contract voor 1 jaar of 6 maanden? Dan eindigt uw contract vanzelf op de afgesproken einddatum. U heeft in dit geval geen opzegtermijn.

    Eerder opzeggen
    U mag met uw werkgever afspreken dat u uw contract eerder kunt opzeggen. Deze afspraak moet u dan in uw contract laten zetten.

    Opzegtermijn in proeftijd
    Zit u nog in uw proeftijd? Dan heeft u geen opzegtermijn. U kunt per direct ontslag nemen en uw contract opzeggen. Uw dienstverband stopt dan meteen.

Dodaj komentarz

Twój adres email nie zostanie opublikowany.