SŁÓWKO TYGODNIA: MAAR

Dziś w cyklu słówko tygodnia mamy dla Was spójnik maar, czyli ale, tylko. Jeden z podstawowych spójników występujący w języku niderlandzkim, który ąłczy dwa zdania podstawowe 🙂

Uwaga! Słowko maar często nie tłumaczy się na język polski, ponieważ nie przyjmuje one jakiegoś większe znaczenia, bądź nie pełni żadnej istotnej funkcji w zdaniu. Może również łagodzić ton wypowiedzi! Tradycyjnie przechodzimy do tłumaczenia słownikowego:

maar – niet meer dan of  als woord zonder duidelijke betekenis dat in allerlei zinnen en uitroepen voorkomt of als woord dat in een zin een tegenstelling aankondigt

* * *

Kilka przykładowych zdań i pytań po niderlandzku ze słowkiem maar:

Ik wil graag die jas kopen, maar ik heb geen geld. – Chcę kupić tę kurtkę, ale nie mam pieniędzy.

Zij wil graag naar de markt gaan, maar zij heeft geen tijd. – Ona chcę bardzo iść na targ, ale nie ma czasu.

Ik ben niet dik, maar dun. – Nie jestem gruby, tylko szczupły.

Ik drink geen koffie, maar water. – Nie piję kawy tylko wodę.

Ik kom niet morgen, maar ik kom vandaag al. – Nie przyjdę jutro, alę będę już dziś.

Ik wil graag gaan fietsen, maar mijn fiets is kapot. – Chętnie poszedłbym na rower, ale mój rower jest zepsuty.

Maar wat doe je nu? – Ale co ty robisz teraz?

Maar dat is niet eerlijk! – Ale to nie jest szczere!

Het zijn maar schoenen. – To są tylko buty.

* * *

Dziś mega proste zadanie, należy odpoiwedzieć na poniższe pytania:

Wat is kleiner een auto of een vliegtuig?
Wat is korter een jaar of een dag?
Wat is korter een kwartier of vijf minuten?
Wat is korter… en jaar of een dag?
Wat is langer een been of een arm?

Wat is langer een uur of 60 minuten?
Wat is langer een uur of een kwartier?
Wat is later 12 uur of half 11?
Wat is later, half acht of acht uur ?

Wat is meer, een ons koekjes of 100 gram?
Wat is meer, vijf euro of twee euro?
Wat is meer, zeven euro of negen euro?
Wat is meer… 64 euro of 65 euro?
Wat is minder 50 euro of 15 euro?

Odpowiedzi jak zwykle pojawią się w komantarzu 🙂
 
Pozdrawiamy i zachęcamy do inwestowaj w swoją przyszłość
 
TEAM LEKCJA HOLENDERSKIEGO

1 thought on “SŁÓWKO TYGODNIA: MAAR”

  1. Poniżej wrzucamy odpowiedzi:
    Wat is kleiner een auto of een vliegtuig? Auto
    Wat is korter een jaar of een dag? Een dag
    Wat is korter een kwartier of vijf minuten? Vijf minuten
    Wat is korter… en jaar of een dag? Een dag
    Wat is langer een been of een arm? been
    Wat is langer een uur of 60 minuten? Even lang
    Wat is langer een uur of een kwartier? Uur
    Wat is later 12 uur of half 11? Twaalf uur
    Wat is later, half acht of acht uur ? Acht uur
    Wat is meer, een ons koekjes of 100 gram? Dezelfde
    Wat is meer, vijf euro of twee euro? Vijf euro
    Wat is meer, zeven euro of negen euro? Negen euro
    Wat is meer… 64 euro of 65 euro? 65
    Wat is minder 50 euro of 15 euro? 15

Dodaj komentarz

Twój adres email nie zostanie opublikowany.