ĆWICZENIE: MIJN / JOUW / UW

Wstaw barkujące słówko:

mijn / jouw / uw / zijn / haar / ons/onze / jullie / hun

  1. Dit is …………….. boek. (ik)
  2. …… hobby is dansen. (ik)
  3. Zij is …………. zus (wij)
  4. Wat is …………….. e-mailadres? (je)
  5. Mijn thuis is …………… kasteel.
  6. Ze bereikten ………. doel. (zij)
  7. Dit is …………. hond. (je)
  8. Zijn jullie voor of tegen ………….. idee? (hij)
  9. Zij is ……………. beste vriendin. (ik)
  10. Het is niet ………….. schuld. (wij)
  11. Is hij ………….. vader?(je)
  12. Wat is …………… probleem?(hij)
  13. Ik werk voor …………. (jullie)
  14. ……….. sound is echt geweldig. (zij)

Podpowiedz: blog / elementarz

1 thought on “ĆWICZENIE: MIJN / JOUW / UW”

  1. 1. Dit is mijn boek.
    2. Mijn hobby is dansen.
    3. Zij is onze zus.
    4. Wat is je e-mailadres?
    5. Mijn thuis is mijn kasteel.
    6. Ze bereikten haar doel.
    7. Dit is jouw hond.
    9. Zij is mijn beste vriendin.
    10. Het is niet ons schuld.
    11. Is hij jouw vader?
    12. Wat is zijn probleem?
    13. Ik werk voor jullie.
    14. Haar sound is echt geweldig.

Dodaj komentarz

Twój adres email nie zostanie opublikowany.