ODMIANA CZASOWNIKÓW – PYTANIA

Odmień prawidło czasownik:

  1. zijn Wat ……………… een beroep?
  2. komen Hoe …………….. dat?
  3. gaan Met wie …………….. u op reis?
  4. kunnen Hoe ……………….. hij zijn adres het beste invullen?
  5. wonen ………. deze persoon in Amsterdam?
  6. werken Waar ………… deze persoon?
  7. zijn Wat …………….. uw ervaring?
  8. fietsen Waar ………… de kinderen naartoe?
  9. schrijven Over wie ………………. u iets?
  10. hebben …………. je een rijbewijs?
  11. zijn Wie ………………… uw buren?
  12. wonen Met wie ………………. u in uw nieuwe huis?
  13. hebben …………. je eigen vervoer?
  14. kunnen Op welke datum …………… je starten?
  15. vinden Welke opleiding ……………… u interessant?

1 thought on “ODMIANA CZASOWNIKÓW – PYTANIA”

  1. 1. Wat is een beroep?
    2. Hoe komt dat?
    3. Met wie gaat u op reis?
    4. Hoe kan hij zijn adres het beste invullen?
    5. Woont deze persoon in Amsterdam?
    6. Waar werkt deze persoon?
    7. Wat is uw ervaring?
    8. Waar fietsen de kinderen naartoe?
    9. Over wie schrijft u iets?
    10. Heb je een rijbewijs?
    11. Wie is uw buren?
    12. Met wie woont u in uw nieuwe huis?
    13. Heb je eigen vervoer?
    14. Op welke datum kan je starten?
    15. Welke opleiding vindt u interessant?

Dodaj komentarz

Twój adres email nie zostanie opublikowany.