CZASOWNIKI ROZDZIELNIE ZŁOŻONE – ĆWICZENIE 3 (PYTANIA)

Kolejne ćwiczenie gramatyczne! Chętne osoby zachęcamy do odpowiedzenia na poniższe pytania Najpierw …. odmień prawidłowo niderlandzki czasownik w pytaniu:

1. nadenken

……………………… je soms ……. ?

2. terugbrengen 

……………… hij het boek …….. ?

3. opruimen

……………….. je de spoelen …….. ?

4. meebrengen

…………….. zij bloemen ……. ?

5. uitnodigen

……………. Jan zijn vrienden …… ?

6. vasthouden

…………….. u hond ……… ?

7. dichtdoen

………….. jullie  de deur ……….. ?

8. opendoen

……….. zij een raam …… ?

9. uitzoeken

………….. wij een meloen ……. ?

10. opschieten

………. jij lekker …. ?

11. uitlachen

………… Julia hem …….. ?

12. weggooien

…………… hij niets ……. ?

1 thought on “CZASOWNIKI ROZDZIELNIE ZŁOŻONE – ĆWICZENIE 3 (PYTANIA)”

  1. 1. Denk je soms na?
    2. Brengt hij het boek terug?
    3. Ruim je de spoelen op?
    4. Brengen zij bloemen mee?
    5. Nodigt Jan zijn vrienden uit?
    7. Doen jullie de deur dicht?
    8. Doet zij een raam open?
    9. Zoeken wij een meloen uit?
    10. Schiet jij lekker op?
    11. Lacht Julia hem uit?
    12. Gooit hij niets weg?

Dodaj komentarz

Twój adres email nie zostanie opublikowany.