ĆWICZENIE 14: CZASOWNIKI POSIŁKOWE 5 I

Odmień prawidłowo czasownik: zullen:

  1. ………….. we morgen afspreken?
  2. Dat …………… wel normaal zijn.
  3. …………. je vandaag gaan schaatsen?
  4. We ………….. zien.
  5. Dat ………… wel.
  6. We ………….. het morgen afwerken.
  7. Wat ……………. we doen?
  8. ……….. jullie koffie gaan drinken?
  9. ………… ik samen spelen?
  10. Dan ………… ik je troosten.
  11. Wanneer ………….. hij er zijn?
  12. Wij ………… jou niet vergeten.
  13. Ik …………. eerlijk zijn.
  14. Ik ……….. haar waarschuwen.
  15. Het ……………. niet werken.
  16. Wij ……….. even kijken.
reklama

Dodaj komentarz

Twój adres e-mail nie zostanie opublikowany. Wymagane pola są oznaczone *