ODPOWIEDZI – ODMIANA CZASOWNIKÓW 4

1. Gooien -> Gooi je me eruit?

2. Bloeien -> Tulpen bloeien snel.

3. Groeien -> Planten groeien snel na regen.

4. Draaien -> Wij draaien ons om.

5. Gooien -> Gooi de bal terug naar mij!

6. Groeien -> Ik groei er wel in.

7. Groeien -> Er groeit onkruid in de tuin.

8. Bloeien -> Die boom bloeit in het voorjaar.

Dodaj komentarz

Twój adres email nie zostanie opublikowany.