VRAAGJE 1-10

Na poniższe pytania można odpowiedzieć na dwa sposoby: udzielić pełnej odpowiedzi budując długie zdanie, lub odpowiedzieć krótko i treściwie (czasem jednym słowem): Naast wie zou je het liefst willen wonen? Welke gerecht vind jij lekker? Welke bekend persoon zou jij een dag willen zijn? Wat is jouw favoriete dag van het jaar? Wat wil je […]