CZASOWNIKI ROZDZIELNIE ZŁOŻONE – ĆWICZENIE 4

Kilka nowych słówek rozdzielnie złożonych w formie ćwiczenia 🙂 Odmień prawidłowo czasownik rozdzielnie złożony: terugfietsen         Robert ……………… vandaag alleen ……….. . afsluiten         Ik ……………… mijn auto …………. . meebrengen         Jij ………………. bloemen …….. . uitspreken       Jullie ………………… de woorden ……. . afbetalen             Marina en Rob …………… zijn schulden ……. . losmaken          ………… haar veters ……. […]

CZASOWNIKI ROZDZIELNIE ZŁOŻONE – ĆWICZENIE 2

Odmień prawidło czasowniki rozdzielnie złożone w pytaniach: opstaan        Hoe laat ……………. je ……… ? toegaven      ………………… je het ……….. ? omslaan       ……………. je de bladzijde …… ? weggaan      …………….. u ……. ? uitgaan        ……………. je vanavond …….. ? opstaan       ………………..Laura en Bas vroeg …….. ? uitstellen     ………….. u […]

CZASOWNIKI ROZDZIELNIE ZŁOŻONE – ĆWICZENIE

Odmień prawidłowo czasownik rozdzielnie złożony: innemen  Ik …………….. een pijnstiller ………….. natekenen  Ik …………….. de prachtige bloemen ……… uitgaan Ik …………………. 5 keer per week ………… . omspoelen  Ik …………………. het glas …………… afkijken Hij ………………  ………… aanzetten Ik ………….. de televisie …………. . uitrusten ……………… jij maar even …….. . afspreken Nee, ik …………………. […]

TRYB ROZKAZUJĄCY – ĆWICZENIE

Odmień prawidłowo czasownik: (gaan) Jan, …………………. in huis kijken.   (kopen) Nou, ………………… het dan niet. (schrijven) Ja, ………………… erover op je laptop. (kijken) …………….. mensen! (lezen) …………………de verklaring voor. (rijden) …………………… je weg. (komen) …………………… , rijd met me mee. (wacht) …………….. even! (luisteren) …………………..  naar me. (zeggen) Alsjeblieft, ……………… zulke dingen niet. (blijven) ………………… […]

EXRTA ĆWICZENIE HEBBEN I ZIJN

Wstaw prawidłowo odmieniony czasownik: hebben We ………………een ongeluk gehad. Ik ……………… gewonnen. ………………… hij je gepest? ………….. je gedronken? Gefeliciteerd, u ……………. gewonnen. We …………………. gisteren getennist. Ik ……………. het bedrag overgeboekt. Het ………….. geregend vannacht. Ze ……………….. niets gezegd. Wij …………… kilometers lang gelopen. Paul ………… net gebeld. Wat …………… hij gezegd? Hij ……………… […]

CZASOWNIKI POSIŁKOWE 6 – ĆWICZENIE: DOEN

Odmień prawidłowo czasownik: doen Je …………………  me schrikken. We ……………… alles samen. Wat …………….. jij hier? Wat ……………….. wij voor u? Wie ……… vanavond afwassen? ……………… je spullen in je tas! Ze …………. het elke week fietsen. ……………. niet zo gek! Wat …………….. je nu? Wat …………………….je vanavond? Je ……………… nu meteen! Waarom ………………. je […]

CZASOWNIKI POSIŁKOWE 6 – ĆWICZENIE: KOMEN

Wstaw prawidłowo odmieniony czasownik: komen Wanneer …………….. we aan? Jij ……………… ze zo ophalen.  Mijn ouders ……………….. me ophalen. Ik …………… je afhalen. Zij ………….. hier niet logeren. Hij …………….. uw dochter helpen. Ik …………….. vandaag dit doen. U………………. spelen. Patryk ………………… het eten klaarmaken. Ik ………………. morgen bij je eten. Wie ………………… me helpen? […]

CZASOWNIKI POSIŁKOWE 6 – ĆWICZENIE: GAAN

Wstaw prawidłowo odmieniony czasownik: gaan  Wat ………………..de kaartjes kosten?  ……………….  we verhuizen. Ze ……………. beginnen. ……………… zitten! Wat …………….. jullie doen? Vanavond ………………… we dansen. ………………. door met werken! ………………. door met werken! Zij ……………….vliegen naar Italie. Hoelang ……………… dit duren? Waarom ……………… we niet kamperen? lk ………………. ‚m bellen. Het ………….. regenen.

CZASOWNIKI POSIŁKOWE 6 – ĆWICZENIE: LATEN

Wstaw prawidłowo odmieniony czasownik: laten   ………………….. we ons verzoenen. ……………….. we feesten. …………….. we uitgaan. …………………….. we verder gaan. Wij ……………… hem spelen. ……………… mijn arm los! Ik zal je ………………… huilen. Leven en …………….. leven. ……………….. me dit anders zeggen. ……………….. vallen. ………………… we eerlijk zijn. …………….. we voetbal spelen. …………. me zien […]

CZASOWNIKI POSIŁKOWE 5 ĆWICZENIE 2

Odmień prawidłowo czasownik: zullen: Ik …………. het uitleggen. Het ……………. hen lukken. Hij ……………. je bellen. Anita ………… u terugbellen. …………… jullie hen helpen? Het ………… wel, Wiola. Hij …………. je schrijven. Je ………….. moeten oefenen. Dawid ………… je mailen. Wij ………. je die auto lenen. Ik weet zeker dat hij …………….. winnen. Je ……….. […]

CZASOWNIKI POSIŁKOWE 5 ĆWICZENIE

Odmień prawidłowo czasownik: zullen: ………….. we morgen afspreken? Dat …………… wel normaal zijn. …………. je vandaag gaan schaatsen? We ………….. zien. Dat ………… wel. We ………….. het morgen afwerken. Wat ……………. we doen? ……….. jullie koffie gaan drinken? ………… ik samen spelen? Dan ………… ik je troosten. Wanneer ………….. hij er zijn? Wij ………… jou […]

CZASOWNIKI POSIŁKOWE 4 ĆWICZENIE 2

Odmień prawidłowo czasowniki: zijn                Gelukkig …………..ze zo gewoon gebleven. hebben          ………… je de kinderen wel opgehaald? zijn                Piotr …………..naar de stad geweest. hebben         Ik ……….. enorm genoten van onze lunch samen. hebben         Ik ……………..haar opgehaald. zijn                Samen ……………we in het park geweest. zijn       […]

CZASOWNIKI POSIŁKOWE 4 ĆWICZENIE

Odmień prawidłowo czasownik: zijn            Nu ………………. we getrouwd. hebben     Wat …………. je gegeten? hebben     Ik ………….. gepakt. hebben     Ik ……………. boeken gelezen. zijn            Gelukkig …………. ze zo gewoon gebleven. hebben     …………. jullie gedronken? zijn            Ze ………………. niet terug gekomen. hebben    Ik ……………… wel eens beter gegeten. hebben    […]

CZASOWNIKI POSIŁKOWE 3 ĆWICZENIE 2

Dziś zamiast wpisu gramatycznego kolejne ćwiczenie z odmiany czasowników modalnych: kunnen, hoeven, zullen Zaczniemy od ściągawki: * * * ik kan jij kunt hij kan wij kunnen jullie kunnen zij kunnen  * * * ik hoef jij hoeft hij hoeft wij hoeven jullie hoeven zij hoeven * * * ik zal jij zult hij zal […]

CZASOWNIKI POSIŁKOWE 3 ĆWICZENIE

Dziś kolejne ćwiczenie z czasownikami modalnymi: willen / moeten / mogen Mogen    Hij …………..op straat fietsen. Moeten   Zij ……………… altijd thuis schoonmaken. Willen    Nee, ik ………………. geen boodschappen halen. Ik heb het druk.  Moeten  Wat ……………… je elke dag na het eten doen? Willen    Hij ……………. heel graag later studeren. Willen    Waarom ………………… hij […]