CZASOWNIKI – MIX ĆWICZEŃ

Kolejne ćwiczenie gramatyczne. Naszym zdaniem fajna technika nauki niderlandzkiego w domu. Zadanie robi się w miarę szybko, ale zawsze możecie je zmodyfikować np. zmieniającc osobę, czas czy miejsce, ale …. najpierw odmień prawidłowo czasownik:

1. gebruiken   

Ik ………………. mijn OV-chipkaart.

2. komen    

Dan ……………… je bij het station.

3. vertrekken   

De trein ……………………. van spoor 3.

4. willen    

……………. je naar Amsterdam?

5. zullen   

…………….. wij  naar de bioscoop gaan?

6. zijn    

Hoe ver ……………. van Den Haag naar Rotterdam?

7. nemen   

………….. tram 25! 

8. gaan   

Na 150 meter …………….. je rechtsaf.

9. zijn    

De Dam …………….. een plein in Amsterdam.

10. weten   

…………….. u waar het station is? 

11. gaan   

 Ik ……………. met de lift.

12. zeggen   

Wat …………… je?

13. weten    

Dat …………….. ik niet.

14. gaan   

Ik ……………. met de auto.

15. moeten   

Jullie ………….. nu naar huis gaan.

16. mogen   

Hoe laat ……………….. ik komen?

17. zijn  

Waar ……………… jullie?

18. kunnen    

Misschien …………… we?!

1 thought on “CZASOWNIKI – MIX ĆWICZEŃ”

  1. 1. Ik gebruik mijn OV-chipkaart.
    2. Dan kom je bij het station.
    3. De trein vertrekt van spoor 3.
    4. Wil je naar Amsterdam?
    6. Hoe ver is van Den Haag naar Rotterdam?
    7. Neem tram 25!
    8. Na 150 meter ga je rechtsaf.
    9. De Dam is een plein in Amsterdam.
    10. Weet u waar het station is?
    11. Ik ga met de lift.
    12. Wat zeg je?
    13. Dat weet ik niet.
    14. Ik ga met de auto.
    15. Jullie moeten nu naar huis gaan.
    16. Hoe laat mag ik komen?
    17. Waar zijn jullie?
    18.Misschien kunnen we?!

Dodaj komentarz

Twój adres email nie zostanie opublikowany.