CZASOWNIKI ROZDZIELNIE ZŁOŻONE – ĆWICZENIE

Odmień prawidłowo czasownik rozdzielnie złożony:

  1. innemen  Ik …………….. een pijnstiller …………..
  2. natekenen  Ik …………….. de prachtige bloemen ………
  3. uitgaan Ik …………………. 5 keer per week ………… .
  4. omspoelen  Ik …………………. het glas ……………
  5. afkijken Hij ………………  …………
  6. aanzetten Ik ………….. de televisie …………. .
  7. uitrusten ……………… jij maar even …….. .
  8. afspreken Nee, ik …………………. niet met jou ……….. .
  9. opbellen Ik …………. je straks wel even ………. .
  10. uitleggen Ik …………. alles drie keer ………..
  11. opstaan ik ………….. morgen vroeg …………… .

Dodaj komentarz

Twój adres email nie zostanie opublikowany.