EXRTA ĆWICZENIE HEBBEN I ZIJN

Wstaw prawidłowo odmieniony czasownik: hebben

  1. We ………………een ongeluk gehad.
  2. Ik ……………… gewonnen.
  3. ………………… hij je gepest?
  4. ………….. je gedronken?
  5. Gefeliciteerd, u ……………. gewonnen.
  6. We …………………. gisteren getennist.
  7. Ik ……………. het bedrag overgeboekt.
  8. Het ………….. geregend vannacht.
  9. Ze ……………….. niets gezegd.
  10. Wij …………… kilometers lang gelopen.
  11. Paul ………… net gebeld.
  12. Wat …………… hij gezegd?
  13. Hij ……………… tegen je gelogen.
  14. U ……………….. het gevonden.
  15. Ze ……………… het uitgemaakt.
  16. ………….. u dat gehoord?
  17. Waar …………… jullie over gesproken?
  18. Hij …………… de kolen opgemaakt.

Wstaw odpowiednio odmieniony czasownik: zijn

  1. ……………….. kampvuren toegestaan?
  2. Er …………. enkele mensen neergestoken.
  3. Wij ……………..  zondag naar de dierentuin geweest.
  4. Marie ………………. op tijd vertrokken.
  5. Je …………… weer gezond.
  6. Je ……………… duidelijk geweest.
  7. Jij …………………….. gisteren aangekomen.
  8. Hij ……………… weggegaan.
  9. Dan ……………. u wel diep gezonken.
  10. Je …………………. met vlag en wimpel geslaagd.

1 thought on “EXRTA ĆWICZENIE HEBBEN I ZIJN”

Dodaj komentarz

Twój adres email nie zostanie opublikowany.