CZASOWNIKI POSIŁKOWE 6 – ĆWICZENIE: KOMEN

Wstaw prawidłowo odmieniony czasownik: komen

  1. Wanneer …………….. we aan?
  2. Jij ……………… ze zo ophalen. 
  3. Mijn ouders ……………….. me ophalen.
  4. Ik …………… je afhalen.
  5. Zij ………….. hier niet logeren.
  6. Hij …………….. uw dochter helpen.
  7. Ik …………….. vandaag dit doen.
  8. U………………. spelen.
  9. Patryk ………………… het eten klaarmaken.
  10. Ik ………………. morgen bij je eten.
  11. Wie ………………… me helpen?
  12. Waarom ……………. hij niet dancen?

Dodaj komentarz

Twój adres email nie zostanie opublikowany.