CZASOWNIKI POSIŁKOWE 5 ĆWICZENIE – 2

Odmień prawidłowo czasownik: zullen:

  1. Ik …………. het uitleggen.
  2. Het ……………. hen lukken.
  3. Hij ……………. je bellen.
  4. Anita ………… u terugbellen.
  5. …………… jullie hen helpen?
  6. Het ………… wel, Wiola.
  7. Hij …………. je schrijven.
  8. Je ………….. moeten oefenen.
  9. Dawid ………… je mailen.
  10. Wij ………. je die auto lenen.
  11. Ik weet zeker dat hij …………….. winnen.
  12. Je ……….. haar moeten delen.
  13. Je …………. een tweede kans krijgen.
  14. Karolina …………… het niet geloven.
  15. Basia …………… op tijd op school zijn.
  16. Marcin en Paulina …………….. een geweldige tijd hebben.
  17. Zij ………….. nooit weten dat we hier zijn.
  18. Ula ………… een auto weggeven.

Dodaj komentarz

Twój adres email nie zostanie opublikowany.