CZASOWNIKI POSIŁKOWE 5 ĆWICZENIE

Odmień prawidłowo czasownik: zullen:

  1. ………….. we morgen afspreken?
  2. Dat …………… wel normaal zijn.
  3. …………. je vandaag gaan schaatsen?
  4. We ………….. zien.
  5. Dat ………… wel.
  6. We ………….. het morgen afwerken.
  7. Wat ……………. we doen?
  8. ……….. jullie koffie gaan drinken?
  9. ………… ik samen spelen?
  10. Dan ………… ik je troosten.
  11. Wanneer ………….. hij er zijn?
  12. Wij ………… jou niet vergeten.
  13. Ik …………. eerlijk zijn.
  14. Ik ……….. haar waarschuwen.
  15. Het ……………. niet werken.
  16. Wij ……….. even kijken.

Dodaj komentarz

Twój adres email nie zostanie opublikowany.