CZASOWNIKI POSIŁKOWE 4 ĆWICZENIE – 2

Odmień prawidłowo czaswoniki:

  1. zijn                Gelukkig …………..ze zo gewoon gebleven.
  2. hebben          ………… je de kinderen wel opgehaald?
  3. zijn                Piotr …………..naar de stad geweest.
  4. hebben         Ik ……….. enorm genoten van onze lunch samen.
  5. hebben         Ik ……………..haar opgehaald.
  6. zijn                Samen ……………we in het park geweest.
  7. zijn                Tijdens het eindexamen …………..de docent Frans over een stoelpoot gestruikeld!
  8. hebben         Wie …………..nu eigenlijk tegen wie geschreeuwd?
  9. hebben         Het …………… erg veel pijn gedaan.
  10. zijn                Rondom Utrecht ………… allerlei nieuwe wegen aangelegd.
  11. zijn                Tijdens hun eerste date …………. Marcin tegen een lantaarnpaal gebotst.
  12. zijn                Na die botsing ………… Marek gewoon doorgelopen.
  13. zijn                Ik ……………. gisteren gevallen.
  14. hebben         Dus ik ………….. hem daarvoor bedankt.
  15. zijn               Wat ………………. er vorige daggebeurd?
  16. zijn               …………. Laura er vorige les wel geweest?
  17. hebben         Ik ………………. erg veel thee gedronken.
  18. zijn                Ik ………….. nogal gefrustreerd door al die nieuwe maatregelen.

Dodaj komentarz

Twój adres email nie zostanie opublikowany.