CZASOWNIKI POSIŁKOWE 4 ĆWICZENIE

Odmień prawidłowo czasownik:

  1. zijn            Nu ………………. we getrouwd.
  2. hebben     Wat …………. je gegeten?
  3. hebben     Ik ………….. gepakt.
  4. hebben     Ik ……………. boeken gelezen.
  5. zijn            Gelukkig …………. ze zo gewoon gebleven.
  6. hebben     …………. jullie gedronken?
  7. zijn            Ze ………………. niet terug gekomen.
  8. hebben    Ik ……………… wel eens beter gegeten.
  9. hebben    Marcin …………….. me echt beter geholpen.
  10. hebben    Ik ………………. goed geslapen?
  11. hebben    Ik ………….. vier eieren gekookt.
  12. hebben    Wie ………………. deze brief geschreven?
  13. zijn           We ……………… er geweest.
  14. hebben    Ik …………….. met vrienden gesproken.
  15. hebben    …………… je je kaartje betaald?
  16. hebben    Paula …………………. net gebeld.
  17. hebben    ………………. u dit geschreven?
  18. hebben    We ………….. een auto gehuurd.
  19. hebben    …………….. u het eerder gebruikt?
  20. hebben    ……………….. je gisteren gewerkt?
  21. hebben    Het ……………. me veel geholpen.
  22. hebben    ………………… je dit artikel gelezen?

Dodaj komentarz

Twój adres email nie zostanie opublikowany.