ODMIANA CZASOWNIKA 7 – ĆWICZENIE

Uzupełnij poniższe zdania, prawidłowo odmieniając czasownik:

1 Staan Mijn fiets ……… tegen de boom.

2 Gaan Het ……… goed met de zieke.

3 Staan De borden ……… in de kast

4 Doen Wie ………. de vaat vanavond?

5 Staan Het huis ……… in brand.

6 Gaan Hoe ………. het?

7 Zien Ik ……… dat anders dan jij.

8 Doen Ik …….. suiker in mijn thee.

9 Gaan De bel …….. .

10 Zien Wat ……… je bleek!

Powodzenia!

TEAM LEKCJA HOLENDERSKIEGO

Dodaj komentarz

Twój adres email nie zostanie opublikowany.