ODPOWIEDZI – ODMIANA CZASOWNIKÓW 7

1 Staan Mijn fiets staat tegen de boom.

2 Gaan Het gaat goed met de zieke.

3 Staan De borden staan in de kast.

4 Doen Wie doet de vaat vanavond?

5 Staan Het huis staat in brand.

6 Gaan Hoe gaat het?

7 Zien Ik zie dat anders dan jij.

8 Doen Ik doe suiker in mijn thee.

9 Gaan De bel gaat.

10 Zien Wat zie je bleek!

Dodaj komentarz

Twój adres email nie zostanie opublikowany. Pola, których wypełnienie jest wymagane, są oznaczone symbolem *