ODPOWIEDZI – ODMIANA CZASOWNIKÓW 6

1 Noemen Mijn vrienden noemen me Mini.

2 Bedoelen Wat bedoel je precies?

3 Fietsen Hij fietst van Amsterdam naar Utrecht.

4 Noemen Wij noemen hem Patryk.

5 Fietsen als je fietst?!

6 Bouwen Robert bouwt een huis.

7 Trouwen Wij trouwen op zaterdag .

8 Huilen Veel mensen huilen tijdens grote gebeurtenissen.

Dodaj komentarz

Twój adres email nie zostanie opublikowany. Pola, których wypełnienie jest wymagane, są oznaczone symbolem *