ĆWICZENIE 3: ODMIANA CZASOWNIKÓW

Uzupełnij poniższe zdania, prawidłowo odmieniając czasownik:

1. Vertellen -> Ik ………………… je geen geheimen.

2. Rennen -> ……………………. jij naar huis?

3. Klussen -> Mark …………………… iedere dag.

4. Putten -> Wij …………………  hier onze kracht uit.

5. Bestellen -> Patric en Juliaan……………….. een pizza. 

6. Stoppen -> De boeren ………………….. met jagen.

7. Pakken -> …………………. jij die doos even aan.

8. Zakken -> Ik ………………..  voor mijn examen. 

9. Beslissen -> Moeder ……………….. dat.

10. Redden -> Hij ………………………..  het wel.

11. Schudden -> Jan ………………. zijn hoofd.

12. Kennen -> ………………….  jullie hem?

Powodzenia

TEAM LEKCJA HOLENDERSKIEGO

Dodaj komentarz

Twój adres email nie zostanie opublikowany.