ODPOWIEDZI

PYTANIA ?! CZ. IX

  1. WIL je een appel?  (willen)
  2. KOOPT zij een jas? (kopen)
  3. FIETST hij naar school?  (fietsen)
  4. GA je dat doen? (gaan)
  5. IS hij morgen jarig? (zijn)
  6. IS Mark boos? (zijn)
  7. LOOP jij naar huis? (lopen)
  8. ZAL hij je helpen? (zullen)

Dodaj komentarz

Twój adres email nie zostanie opublikowany.